Tros-radio-programma "Tempo Doeloe" van 9 november 1988

"...De geschiedenis wordt helaas nog steeds verzwegen. Ik moet tot mijn spijt vaststellen dat mijn kinderen, die nu getrouwd zijn en zelf kinderen hebben, mijn medewerkers op de zaak, dat iedereen me vertelt, dat men op school nooit iets geleerd heeft over de hele geschiedenis die zich afgespeeld heeft tussen 1945 en 1950, terwijl als we ons beperken tot het onderwerp war ik over schrijf - de dienstplichtigen - er een leger van meer dan 120.000 jongens naar Indië werd gestuurd.
We gingen daar niet voor ons plezier heen. De Nederlandse regering die ons daarheen gestuurd heeft - en daartoe bevoegd was - moet nu ook de verantwoording daarvoor willen dragen, en niet onder tafel schuiven alles wat er in die tijd gebeurd is.
Ik ben vorig jaar voor het eerst terug geweest in Indonesië. Daar moet ik bij zeggen dat ik eigenlijk 10 jaar lang bezig ben geweest om terug te gaan, een paar keer zelfs de reis al betaald had en toch niet gegaan ben omdat iets mij weerhield. De indonesië-tijd loopt bij ons allemaal als een rode draad door ons leven.
Vorig jaar ben ik dan voor het eerst teruggeweest. Eerst zakelijk 3 dagen en daarvan 1 dag afgepakt om terug te gaan naar het oude gebied en dat heeft zo'n geweldige indruk gemaakt, dat ik toen gezegd heb: Dit kan niet in één dag - dit kan je in één dag niet verwerken, ik ga van de zomer terug en dan met mijn vrouw en dan uitgebreid.
We zijn toen teruggegaan met een groep van 50 man - allemaal oud-militairen met vrouwen. Daarvan waren van ons oude bataljon 19 man. Wij hebben het oude gebied helemaal bezocht. We hebben als 60-jarigen patrouille gelopen langs dezelfde "dodenweg" waar we destijds dagelijks mee geconfronteerd werden en dat alles heeft zo'n enorme indruk gemaakt dat ik, toen ik terugkwam, gedacht heb: Dit kan je niet voor jezelf alleen houden. Er zijn duizenden "jongens", die absoluut niet in de gelegenheid zijn om naar Indonesië te gaan, die dat niet betalen kunnen of daar lichamelijk niet meer toe geschikt zijn en daarom heb ik dit alles in een boek willen vastleggen.
Als je terugkomt in de plaatsen waar je vroeger geweest bent onder heel andere omstandigheden en je ziet hetzelfde huis nog net zo staan als 40 jaar geleden, alleen zonder militaire tekens op de muur en geen jeeps meer voor de deur en je ziet hetzelfde bordes, dan denk je dat elk ogenblik de baboe van achteren kan komen om te vragen of je een kop koffie wilt. Het is een hele vreemde gewaarwording.
Het belangrijkste was ook - vooral bij die patrouille die wij gelopen hebben en die de basis werd voor mijn tweede boek "De weg terug", dat wij gezien hebben dat de beruchte weg - die wij alleen kenden als de gebarricadeerde weg, die de omslag werd van mijn eerste boek "De heren worden bedankt", nu een hele vriendelijke weg is met huisjes hier en daar, met spelende kinderen, met mensen die naar je zwaaien, met bloemen, en daardoor valt er een reusachtige druk van je af. Ik vind het heel jammer dat die duizenden - en het zij er duizenden, dat weet ik - mensen die dat ook graag eens terug zouden willen zien, die mogelijkheid niet krijgen.
U moet er van uitgaan dat ongeveer 80 procent van deze mensen óf is afgekeurd, óf in de WAO is, psychisch van de kaart is, werkeloos is, in elk geval niet meer bij het arbeidsproces betrokken en die mensen zitten thuis te broeien. Die merken dat hun geschiedenis niet de moeite waard wordt gevonden door het Ministerie van Onderwijs, om in de schoolboeken te worden vermeld. Niemand van de hele generatie die na ons gekomen is, heeft op school ook maar iets geleerd over de hele periode van 1945 tot 1950. Dit is niet te accepteren. Zeker niet voor ons, oud-militairen en vooral niet als je op een ereveld staat.
Het is niet acceptabel dat daar jongens liggen van 20-21 jaar, dat er alles bij elkaar ruim 5000 jongens daar achtergebleven zijn en dat dit niet vermeld wordt in de schoolboeken. Dat is niet acceptabel. De politiek weet dit, maar de politiek doet er niets aan.
Deze uitzending is prachtig, maar het is één kwartier Tempo Doeloe, op een ongunstig uur uitgezonden, op een vrij onbekende zender, beluisterd door een beperkte groep mensen, maar dan is het weer weg.
Wat gaat er verder gebeuren? Als er alleen maar eens voor de televisie een avond was - een avondvullende avond - niet met de ellende-verhalen die wij in november 1987 hoorden over ( vermeende ) oorlogsmisdaden, maar om te laten zien hoe het land nú is. Dat zou een fantastische uitwerking hebben op al die jongens die nu in moeilijkheden zitten - thuis - en die zitten te broeien over hun verleden dat niet erkend wordt. Wij hebben in Indonesië een deel van onze jeugd achtergelaten. Ik ben goed terechtgekomen, maar er zijn duizenden die niet goed terchtgekomen zijn en daar moet wat aan worden gedaan.
Nee, mijn beide boeken zijn lang niet voldoende. Het is een eerste begin. Ik voel het als een aanklacht tegen de politiek.

Onze regering stuurt ons weg - wij gaan. Het was toen een hele andere tijd dan nu, we hadden niets te vertellen, er werd niet naar onze mening gevraagd. Wij gingen onvoorbereid,onvoorgelicht, wij gingen, en we deden onze plicht daar. We kwamen terug, er werd niet naar ons gekeken, we kregen een paar tientjes "gevarengeld", we mochten een nieuw pak kopen. We kregen zelfs een gratis abonnement op de trein voor een maand en verder was het: Zoek het maar uit.
Verder is er nooit iets voor ons gedaan.
Maar diezelfde regering en of dat nu een andere regering is of de oude regering, heeft de plicht om te zorgen dat er ook een na-zorg is.
Al die "jongens" waar ik in de afgelopen jaren mee in aanraking ben gekomen en die problemen hebben, kunnen nergens terecht. De psychiaters die zij nodig zouden hebben, zijn daarvoor niet opgeleid. Die weten niet eens waar het over gaat. Ze weten nauwelijks waar Indonesië ligt.
En als we dan zien wat Nederland doet: Wij worden 's morgens wakker met Ecuador en Nicaragua. We gaan 's avonds slapen met Chili en Zuid-Afrika. Nederland weet voor elk land te bedenken hoe het geregeerd moet worden. Zou Nederland niet eens een keer aan zijn eigen geschiedenis moeten gaan denken?
Van Stipriaan(interviewer): Maar het is natuurlijk op zichzelf niet onhandig, want als je nou maar niets doet en dat jaren achter elkaar, dan lost het probleem zichzelf op.
Inderdaad, dat is het sarcastische punt in het verhaal: Wij zeggen onder elkaar ook vaak: Als ze maar lang genoeg wachten, zijn we allemaal dood en dan is het probleem opgelost.
We hebben niet lang meer tijd, want we zijn nu allemaal over de zestig".
Van Stipriaan: "Ik denk dat de regering en de betrokkenen het horen maar ik denk ook dat het oude gezegde opgaat: Zij dronken een glas.....en ze lieten de zaak zoals die was".

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

jg vergoossen | Antwoord 16.10.2012 14.48

U hebt volkomen gelijk vooral het laatste gedeelte heehft me erg aangegrepenen ik vraag me nog steeds af ??WAAROM?? Was dit wel 6000 jonge levens waard.Wie van

luuk campfens | Antwoord 30.12.2011 13.44

prachtig geschreven! is naar u weet ookeen lijst van vrijwilligers?daar ben ik erg benieuwd naar,zoniet toch bedankt! gr

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

15.07 | 22:06

‘Herinneringen van Appy’ is de biografie van Bert van Regteren, waarin hij o.a. vertelt over zijn marinetijd in Indië. Belangstelling? Zie www.boekenluik.nl

...
07.07 | 17:51

Ik was in '48 en '49 o.a. oudste officier op marine zeesleepboten en aan boord was de situatie anders dan hier aangegeven werd. Dr.W.S.Vrijlandt. Ltz 2 OC KMR

...
17.05 | 15:54

ik ben op zoek naar mijn broer thuis komst van indee was matroos op schip naar indeien j ohannes martinus de groot geb 20-6-1926 te ammerzoden
met welk schip

...
04.05 | 22:42

ben op zoek naar gegevens over Ruud Braat.
was destijds luitenant bij dienst welzijnszorg.

...
Je vindt deze pagina leuk
Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE