De reis Holland - Indië

De 32e A.A.T. vertrok met s.s. Zuiderkruis. Mijn vader vertrok reeds in April als kwartiermaker voor zijn divisie, met s.s. Nieuw-Holland

Wuivende mensen was het laatste wat we van ons Holland zagen. Nu was een nieuw tijdperk in ons leven aangebroken. Het begrip Indië zou nu ons leven in sterke mate gaan beïnvloeden. Alleen door middel van brieven zouden we nog de band tussen ons en het vaderland kunnen behouden.
Veel tijd voor dergelijke bespiegelingen hadden we de eerste dagen van de reis echter niet.Er waren immers zo vele en nieuwe indrukken op te doen. We zouden zeeën bevaren en landen te zien krijgen, waarvan we nooit gedacht hadden, dat we ze ooit met eigen ogen zouden aanschouwen. De geschiedenis begon plotseling voor ons te leven en rolde zich als een langzame film voor ons af. We voeren over de Noordzee, die door zijn plotselinge onstuimigheid al geslacht op geslacht van ons stoere vissersvolk in grote benauwenissen had gebracht. Vreemd voor ons was het deinen van het schip. Vreemd voor onze voeten. die zo gewend waren vaste grond onder zich te voelen. Bijna een maand lang zouden we die grond moeten ontberen. En dan nog zouden die voeten, gewend aan het vlakke, lage Nederlandje, zich moeten voortbewegen over de snel stijgende en dalende wegen van het bergrijke Indië.
Als een keten van aaneengeregen, in de zon paarlemoerig fel schitterende kralen, zo vertoonden zich aan de verre einder de beroemde Engelse krijtrotsen. Tegelijkertijd kregen wij aan bakboordzijde ook een glimp te zien van de Franse kust, wat een zeldzaamheid is en alleen bij helder weer voorkomt. We voeren vervolgens Het Kanaal binnen, waar van oudsher tot in de jongste geschiedenis  heftige slagen geleverd werden. Hierbij kwamen ons namen als Trafalgar met admiraal Nelson, Duinkerken en Caen in de herinnering.
Daarna brak er echter een benauwde tijd voor onze magen aan: de Golf van Biscaye wachtte om ons op zijn onstuimige golven heen en weer te wiegen, maar niet in slaap! De vissen hadden wel weer een goede tijd! Een zucht van verlichting maakte zich van ons los, toen we rustig langs de Portugese kust voeren om dan vervolgens bij Gibraltar het hoekje om te gaan, letterlijk natuurlijk! Voor het eerst voeren we dicht langs het vaste land. En wat voor een indrukwekkend schouwspel bood ons deze vesting niet! Onheilspellende schietgaten in de kolossale en grauw dreigende rotsen herinnerden ons er aan, dat dit geen kinderspel was. Ook dit laatste stukje Europa lieten we weer achter ons liggen om alsmaar voort te stomen naar het verre, op ons wachtende romantische Indië.
Ook Afrika ontbrak niet op de revue der werelddelen en maakte met zijn reuze bergketens der Atlantis een imposante indruk. Tunis kwam ons voor als een speelgoedstad, waar de kaarten huisjes gebouwen en de voortrollende lucifersdoosjes auto's voorstelden. Port-Said vonden we echter een stadje van gruwelijke afzetters in de gedaante van vervaarlijk vloekende en tierende Arabieren, die schijnbaar dachten, dat die Hollanders stomme kaaskoppen waren, wat ze dan waarschijnlijk wel van de moffen zullen hebben overgenomen.. Niettemin was het voor ons een bekoorlijk tafereeltje om die typisch Egyptische scheepjes, volgeladen met allerlei ongewone waren, om onze "oceaanstomer"heen te zien krioelen. Het resultaat was dan ook, dat we na Port-Said op dek ons nek braken over pindadoppen, bananenschillen en dergelijke overschotten van losbandig leven! Hoewel onze magen gedurende die tijd op volle krachten werkten gaven we toch ook onze ogen goed de kost en bewonderden we het standbeeld van de vernuftige Franse ingenieur Ferdinand de Lesseps, symbool van een vernuftig stukje graafwerk: het Suez-kanaal.
Vervolgens kregen we in de Rode Zee een voorproefje van de beruchte zon, in Indië de naam dragende van de koperen ploert en dat deze naam niet ten onrechte was gegeven, konden we toen dubbel en dwars begrijpen tot nadeel van menige blote body. De berg Sinaï, waar Mozes de stenen tafelen der tien geboden ontving, stak hoog boven de andere toppen uit. Hier en daar zagen we een karavaan kamelen over de dorre, verzengende woestijn voortkruipen. Het speet ons niet erg, dat we hier niet aan land werden gezet, om eens echt , "op z'n Kranenburgs" een flinke mars te volbrengen.
Aden was , evenals Port-Said een gelegenheid om je kooplust bot te vieren. We deden deze haven aan om er te bunkeren, Nou, ik zou niet graag het werk van een der kolensjouwende koelies in die ondraaglijke hitte overgenomen hebben.
Nu hadden we het eentonigste deel van de reis nog voor de boeg: de Indische Oceaan. We leefden echter in het vooruitzicht, dat we na een week Sabang te zien zouden krijgen, ja zelfs er aan land mochten. Het werd ons voorgesteld als een klein paradijs en inderdaad heeft het volkomen aan de verwachting bantwoord. Toen we het eilandje Poeloe Weh naderden, leek het wel, of we een grote boerenekoolplant tegemoet gingen, zo weelderig was de plantengroei daar. Hier konden we voor het eerst ons hart ophalen aan een stevige klimpartij, welke niet zonder zweetdruppels verliep.
Overal waren nog sporen achtergebleven van de oorlog tegen Japan in de vorm van grote onder bergen door gegraven bunkers en we beseften, dat dit land voor een oorlogvoerend leger een hele reeks van zware moeilijkheden in zich borg en een heel groot aanpassingsvermogen vereiste. Graag hadden we in Sabang gebleven maar onze reis was nog niet ten einde. Semarang zou ons einddoel zijn. Dus maar weer aan boord en verder dobberen over de Molukken- en Javazee. Eerbiedig gedachten wij de vele Nederlandse zeelieden, die bij de slag in de Javazee om het leven kwamen en vice-admiraal Karel Doorman.
Eindelijk bereikten we de rede van Semarang, waar we overgezet werden op één der bij de invasie gebruikte landingsboten. In wat voor vreselijke gemoedstoestand moeten al die geallieerde soldaten wel verkeerd hebben, toen ze daar op elkaar gepakt stonden, varend naar een land, dat zich aan hen wellicht zou openbaren als een poel van leed en ellende, met als eind misschien een pijnlijke dood! Maar onze tocht op dit bootje was gelukkig minder tragisch en het ene frisse Hollandse liedje na het ander klonk, begeleid door een guitaar, over de Indische wateren.
In Semarang aangekomen werden we onthaald op muziek, sigaretten en de ons zeer welkome en later zeer welbekende,stroop. Uit was het met het gedein, met het benauwde samenhokken op de boot. Onze voeten konden weer stevig op de grond geplant worden.
We hadden ons einddoel bereikt en konden nu worden ingeschakeld in de strijd voor vrijheid en recht!

Bron: Wel en Wee der A.A.T., deel I.
 Ingezonden door Jan Jesterhoudt, 32e A.A.T., in Nederland-Indië, en geplaatst in het toenmalige "Het Contact", het maandblad voor de A.A.T. - 2e Divisie.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

15.07 | 22:06

‘Herinneringen van Appy’ is de biografie van Bert van Regteren, waarin hij o.a. vertelt over zijn marinetijd in Indië. Belangstelling? Zie www.boekenluik.nl

...
07.07 | 17:51

Ik was in '48 en '49 o.a. oudste officier op marine zeesleepboten en aan boord was de situatie anders dan hier aangegeven werd. Dr.W.S.Vrijlandt. Ltz 2 OC KMR

...
17.05 | 15:54

ik ben op zoek naar mijn broer thuis komst van indee was matroos op schip naar indeien j ohannes martinus de groot geb 20-6-1926 te ammerzoden
met welk schip

...
04.05 | 22:42

ben op zoek naar gegevens over Ruud Braat.
was destijds luitenant bij dienst welzijnszorg.

...
Je vindt deze pagina leuk
Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE