Gezagstroeper / 32e A.A.T.

Barend, als gezagstroeper in 1946

Zoals ik al in vorige nummer van 't Kontakt vermeld had, ben ik, voordat ik bij 32e A.A.T. in Harderwijk, "Kranenburg" terecht kwam, ruim een jaar bij het Korps Gezagstroepen wapendrager geweest. En daar wil ik nu eens over schrijven, mede omdat ik lange tijd voor velen een vreemde eend in de bijt ben geweest en men daarom weinig van mij wist.Maar daar gaat nu verandering in komen, ook omdat men van de A.A.T. mij gevraagd had om nog eens een stukje te schrijven. Nu, dat is dan wel aardig als men zo'n kattebelletje leuk vind en het slaat aan. Maar dan moet ik wel vanaf het begin beginnen en wel bij het Korps Gezagstroepen te Amsterdam op 2 januari 1946 als O.V.W.er.
Deze opkomst vond plaats in de Oranje Nassau kazerne, maar mijn datum van aanmelding als O.V.W.er dateerde al sinds maart 1945. In die periode bevond ik mij als aardappelrooier in Drenthe om zodoende de Arbeitseinsatz te ontlopen. Het een en ander had ook te maken met de hongersnood in Amsterdam, en voor geleverde prestatie kregen mijn ouders dan enige mudjes aardappels. Na die periode van rooien ben ik in Drenthe  blijven hangen en vervolgens opgepakt door een stelletje bruinhemden en tewerkgesteld in Havelte voor het aanleggen van stellingen langs de Smildervaart. Lang heb ik daar niet gezeten omdat omstreeks die tijd de doorstoot van de Engelsen kwam en ik moest zorgen dat ik weg kwam. Die doorstoot was naar ik meen februari 1945 bij Meppel, waar ik met nog enige tientallen arbeiders tussen de Duitsers en de Engelsen klem kwam te zitten.Op de vraag van de Duitser van waar wij kwamen, antwoordde ik: "Wir sind entlassen", zodat de Duitsers eerst dachten dat we gevangenen waren en erg nerveus deden met hun wapens. Na mijn verduidelijking dat wij arbeiders  van de "Organisatie Todt" waren, mochten wij "opgelucht" verder gaan.
Dat "verder gaan" hield voor mij op in Friesland in de buurt van Wolvega, waar ik de afloop van de oorlog en de bevrijding van Amsterdam afwachtte. In Wolvega heeft toen mijn aanmelding als O.V.W.er plaats gehad, maar het heeft ruim een half jaar geduurd, voordat ik opgeroepen werd. Zo, dat er even tussendoor, want die periode is een hoofdstuk apart.

Dus opkomst te Amsterdam, dat was lachen geblazen in de beginne , want er was totaal niets, geen uniformen, helemaal niets! Nou ja , lachen...kankeren ook natuurlijk, want het was me wel een zooitje ongeregeld. Maar wel allemaal redelijk goed gemotiveerd en we deden ons best om er het beste van te maken. Bewaping was er voor onze begrippen voldoende, afkomstig uit Engelse en Duitse legervoorraden. De bewapening bestond voornameijk uit Stenguns, voor de exercitie hadden we de beschikking over Duitse legerkarabijnen. Ook waren er voorradig Brenguns P.I.A.T. ( projector inf. art. tank). Zelfs een licht mortiertje, en daar vervolgens uit den treure theorie mee beoefenen. Nou, van de P.I.A.T. hoef ik niet veel te vertellen. Van die krengen hield je een bult aan over vanwege het aanspannen. Maar die dingen hebben verder geen rol meer gespeeld en zijn eigenlijk nooit gebruikt, ook tijdens ons verblijf in Indonesie niet. Hoewel we er wel een in de bewapening hadden, is de P.I.A.T. in de mottenballen gebleven. Ja, een licht mortiertje had in Indonesie tijdens onze convooi ritten goed dienst kunnen doen, maar ja, dat behoorde waarschijnlijk niet tot onze taak.
Ja, ik dwaal weer af, maar het een en ander zal toch als een rode draad blijven lopen door mijn opleiding bij de Gezagstroepen en heeft ook behoorlijk meegedrukt!
Dus in de beginne  exercitie met genoemde Duitse legerkarabijnen, waar je handen aan vastgevroren bleven zitten in Januari 1946.
 Maar nog steeds liepen we in ons burgerkloffie, een echt zooitje ongeregeld. De een met een hoed op, een ander weer op klompen, zelfs een met een blauw-grijze legerjas aan waar de onderscheidingstekens vanaf waren gehaald. Maar ja, we hadden niet anders. Zo gingen we dus de straat op, ook leren marcheren. Ook wel binnen de kazernemuren in den beginne, maar later ook de straat. Misschien was dat wel demonstratief-wie zal het zeggen- vanwegen het ontbreken van uniformkleding. Binnen de kortste keren kregen we dan ook iets wat op een uniform leek: een zwarte battle-dress, afkomstig van de Engelse burgerwacht ( Dads Army ), maar het een en ander begon al ergens op te lijken. En zoals al geschreven, werden we volgepompt met theorie over wapenkennis, en om alles een beetje realistisch te maken, werden er straatgevechten geensceneerd. Ja, want van oefenterrein hadden we nog nooit gehoord. Later kregen we toestemming van B & W om uit te wijken naar de stadsparken. Daar werd velddienst gedaan, jullie kennen dat wel...tijgersluipgang, etc, conditieoefeningen welke bestonden door iemand in de brandweergreep op je nek te nemen. Natuurlijk zocht je wel iemand uit die zo'n beetje hetzelfde postuur had, om je vervolgens het lazerus te rennen tot je er piepend en fluitend naar adem bij neer viel.
Ja, de conditie van velen van ons was slecht na de oorlogsjaren, maar ik mocht nog niet mopperen, omdat ik het laatste oorlogsjaar vertoefd had in Drenthe en Friesland.
Ons kader bestond voor het merendeel vanuit het verzet en van voor de mobilisatie. Onze exercitie was dan ook in het begin op Hollandse leest geschoeid, zodat deze later weer bijgeschaafd moest worden en we overgingen op Engels.
Vervolgens echte schietoefeningen met Bren en geweer op Kamp Zeeburg, en voor het gebruik van de Sten-gun hadden we de beschikking over een schietbaan. Nou ja...schietbaan.....we oefenden op wat toendertijd Fort Bijlmer heette. Dat bestond uit een lengte van ca. 25-30 meter tussen twee aardwallen in, met daarachter een spoorlijn. Genoemd Fort bestaat niet meer, omdat het in de loop van de jaren '60-'70 plaats moest maken voor de huidige Bijlmermeer. Ook die naam is inmiddels veranderd in Amsterdam Z.O. Maar ik dwaal weer af...genoemde Stens waren mijns inziens maar krengen en erg onbetrouwbaar. Dat zal menigeen in Indonesie ook wel overkomen zijn, dat als men er gebruik van moest maken,
het wapen weigerde. Dat zat hem dan weer in de spanveer die bleef hangen, en ook op afstand bood de Sten geen effect, zodat ik van genoemd wapen weinig gebruik heb gemaakt. Het liefst bepaalde ik ik mij tot de lange loop Lee-Enfield of de Bren, net zoals dat op dat moment nodig was. Sorry, dat was weer even de rode draad waar ik al over gesproken had.
Ik had het ook nog over ons kader, allemaal oude knakkers van voor de Tweede Wereldoorlog, en velen met ervaring vanuit het verzet. Van hen hebben we toch wel veel geleerd. Tenminste diegenen die zich daartoe aangesproken voelden en meenden in de toekomst nog eens in de praktijk daarvan  gebruik te moeten maken.

Van een van deze oud onder-officieren wil ik nog wel iets vertellen als dat hij de bijnaam Woeste Willem droeg, voor ons was het Ome Willem. Naar ik meen heette hij officieel Sergeant Woesstenburg, maar in het verzet kwamen alle rangen te vervallen, vandaar dat Woeste Willem. Maar respect hadden we wel voor hem, daar werd echt de krijgstucht niet door ondermijnd, ondanks dat we hem aanspraken met Ome Willem. Op zijn uitdrukkelijk verzoek in de nabijheid van meerderen, moest het natuurlijk wel "Sergeant" zijn, wat dan ook gebeurde.
Ook een Korporaal hadden we , met de bijnaam Papkind, vanwege zijn omvangrijke figuur ( waarschijnlijk heeft hij in de oorlogsjaren niet in Amsterdam vertoefd), maar dat was er een van weinig woorden. Deze had ook een hekel aan papier om eventueel rapport op te maken; als hem iets niet zinde, kon je een klap voor je kop krijgen. Dat is mij ook eens gebeurd. Ik denk wel dat ik het verdiend had, maar vraag me niet waarom, want dan moet ik het antwoord schuldig blijven. Maar dat is later wel bijgelegd en daar hebben we niet meer moeilijk over gedaan. Maar ja, dat kwam denk ik door de vrijgevochtenheid, later kon dat dan ook niet meer.
Het Korps Gezagstroepen heeft naar ik meen in het begin  van de jaren '50 opgehouden te bestaan, maar dat was ver na mijn tijd, daar ik in maart 1947 bij de A.A.T. terecht kwam. En daar heb ik nog steeds geen spijt van gehad. Maar mijn opleiding bij de Gezagstroepen heeft behoorlijk zijn stempel gedrukt bij mijn vorming als A.A.T.-er.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

15.07 | 22:06

‘Herinneringen van Appy’ is de biografie van Bert van Regteren, waarin hij o.a. vertelt over zijn marinetijd in Indië. Belangstelling? Zie www.boekenluik.nl

...
07.07 | 17:51

Ik was in '48 en '49 o.a. oudste officier op marine zeesleepboten en aan boord was de situatie anders dan hier aangegeven werd. Dr.W.S.Vrijlandt. Ltz 2 OC KMR

...
17.05 | 15:54

ik ben op zoek naar mijn broer thuis komst van indee was matroos op schip naar indeien j ohannes martinus de groot geb 20-6-1926 te ammerzoden
met welk schip

...
04.05 | 22:42

ben op zoek naar gegevens over Ruud Braat.
was destijds luitenant bij dienst welzijnszorg.

...
Je vindt deze pagina leuk
Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE