Als Kwartiermaker van 32e A.A.T. naar Java

32e A.A.T. op Java

Het is al weer enige jaargangen terug,jaargang 4 nr 1 en jaargang 5 nr 1, dat ik ook een bijdrage aan copij heb geleverd aan ons blad. Zo af en toe blader ik de oude aflevereningen nog eens door en herlees dan nog eens het wel en wee van de A.A.T. Met belangstelling de geschiedschrijving, opkomst en het ontstaan van de 32 A.A.T. gelezen, van de hand van Hans van Oirsouw.
Helaas heb ik de opkomst van 32 A.A.T. niet kunnen meemaken, daar mijn datum van opkomst was 02-01-1946, Korps Gezagstroepen, regio Noord-Holland.
De taak van de Gezagstroepen was in den beginne bewaking van interneringskampen en bewaking van munitie-opslagplaatsen en dergelijke, maar mijns inziens zat ik daar verkeerd. Als vrijwilliger had ik mij gemeld voor uitzending naar Nederlands-Indie en heb daar destijds een verbandakte voor getekend, maar medio 1946 heeft men de akte omgezet in vrijwilliger op de voet van dienstplicht! Mijn registratienummer was tot de dag van inscheping 620670. Of dat toen allemaal wel rechtmatig was geweest, daar twijfel ik nog steeds aan! Het een en ander hield wel in, dat de wedde die ik eerst had , omgezet werd in soldij, en dat was beduidend minder. Desondanks dat ik niet meer naar Indie hoefde, heb ik mij toch over laten plaatsen naar een dienstplichtig onderdeel, en dat werd 32 AAT in Kranenburg-Zuid te Harderwijk.Het een en ander vond plaats in de strenge winter van '46-'47, toen geheel 32 A.A.T wegens gebrek aan kolen met verlof was. Alleen het hoognodige personeel was aanwezig voor wacht, en het kader vanwege de voorbereidingen voor uitzending naar Nederlands-Indie, dus ik kon meteen beginnen met wachtdiensten mee te draaien. Maar dat heeft maar kort geduurd, want inmiddels kwam iedereen weer terug van verlof en kwam alles weer op gang. Kort daarop, ik was meen ik 14 dagen in Kranenburg, werden er vrijwilligers gevraagd als Kwartiermaker. Met nog een aantal knapen heb ik toen een stap naar voren gedaan op de appelplaats en hebben ons daarvoor aangemeld. Toen met inschepingsverlof en op 11 april 1947 vanuit Amsterdam aan boord van de s.s. 'Nieuw-Holland" op weg naar Java(Semarang).
Daar hebben wij, kwartiermakers, ervoor gezorgd dat de tampatjes van 32e A.A.T. gespreid waren, zodat men zich daar geen zorgen over behoefde te maken. Menig soldaat zal daar wel eens doorheen gedonderd zijn, maar dat overkwam ons in de beginne ook. Pas veel later in Soerabaja kregen we echte bedden, maar de tampatjes hebben ons drie jaar lang overal naar toe vergezeld op de diverse detachementen!
Zoals ik al het een en ander heb samengevat heb ik helaas niet al het wel en wee van de 32e mogen en kunnen meemaken. Ook niet bij aankomst van 32e in de haven van Semarang! Want op dat moment lagen schrijver van dit kattebelletje samen met de soldaat Frans de Rijk in het St. Elizabeth Hospitaal. Dat gebeurde kort nadat onze taak er op zat en we permissie kregen om de omgeving van Semarang te verkennen. Dat hebben we dan ook gedaan, onder andere naar het militaire Ereveld op Tjandi, waar toen nog druk aan gewerkt werd.. Op de terugweg kregen we een lift van een KNIL-korporaal met een jeep, die prompt ondersteboven ging in een bocht ergen op Tjandi. Gelukkig bij een of ander huis, zodat de ambulance spoedig gewaarschuwd en ter plaatse was. Veel kan ik mij er niet meer van herinneren, daar ik korte tijd buiten westen ben geweest.
De sld. de Rijk had, net als ik, een schouderfractuur, zoadat we enige tijd met een vleugeltje hebben rondgelopen in het hospitaal. Vervolgens ben ik overgeplaatst naar het "Tijgernest" om te herstellen van mijn hersenschudding, temidden van andere tijgers van de "Tijgerbrigade". Maar nog kwam er voor mij geen einde aan alle ellende..
Wat was het geval.... ze hadden daar twee apen aan een ketting, jullie kennen dat wel, die beesten werden veelal gebruikt als bewaking en die krengen waren meestal vals! Enfin, ik kom naar buiten en moest zo nodig een van die krengen aanhalen. Dus alleen maar gekleed in mijn pendek, en daar waren de pijpen nogal wijd van. Jullie weten waarschijnlijk wel wat daaronder hing? Ja, juist, mijn kinderbijslag! Dus ik zie even die blinkende tanden van die aap, en HAP zei die, en bleef even hangen. Gelukkig liet hij weer gauw los zodat de schade beperkt bleef tot een bijtwond. Ja, toen naar de zuster met een rooie kop, die kreeg natuurlijk prompt de slappe lach, maar ik was er helemaal niet blij mee. 'k Heb toen een prik gehad , tegen hondsdolheid ( zou die prik geholpen hebben.red ) en het hele geval ingesmeerd met jodium. Ja, later kan jer om lachen! Zo dat was even dat, niet zo spectaculair maar zo krijgen de meesten van jullie toch even een kleine indruk van ons KWARTIERMAKERS.

Vervolgens begon toen in juli 1947 de 1e politionele actie, kort daarna ben ik in Salatiga terecht gekomen, en daar is mijn eigenlijke A.A.T-werk begonnen. Dat hield o.a in met convooien mee naar Batavia (Kota Ibu) van O.V.W.-ers, die eindelijk na een lang verblijf op Midden Java, eens met verlof konden. Dat waren o.a: Stoottroepers, 2-7 RI en het Amsterdams regiment, waar ik nog een oude schoolvriend en een buurjongen tegen kwam!
Helaas heb ik nooit een dagboek bijgehouden zoals Hans van Oirsouw, zodat ik het uit mijn blote hoofd moet doen. Nog bedankt Hans, ik hoop nog eens wat van je te lezen.
Maar nog steeds had ik geen rijopleiding genoten, bijrijder en gewapende escorte op convooien was ik. Dat laatste ging mij goed af daar ik in Amsterdam bij de Gezagstroepen een volledige infanterie-opleiding had genoten.
Blindelings een Bren uit en in elkaar zetten, was voor mij geen probleem. Maar gedurende 1947 is er verder niets van belang te melden, als dat ik in november werd overgeplaatst naar Batavia.
Met mij nog een aantal Jannen en Pieten, van Staf en B peleton. Wij kwamen uiteindelijk bij 23e Cie A.A.T KNIL terecht voor een rijopleiding, Maar daar wisten ze niet wat ze met ons aan moesten vangen. Want wij zaten verkeerd! Dus begin 1948 werden we weer overgeplaatst, maar nu naar Tjimahi, naar de V.T.D.
Op deze rijschool hadden we in betrekkelijke korte tijd ons rijbewijs, met de aantekening chauffeur/monteur. Nou ja.... monteur, dat was wel een mond vol, maar we wisten in ieder geval iets af van een automobiel. Toen we klaar waren met deze spoed-cursus gingen we op verschillende manieren op transport naar Soerabaja, waar inmiddels de 32e ook gelegerd was, in de Kromhout Kazerne.
Onze ploeg ging van Tjimahi naar Batavia om vervolgens te worden ingescheept op een bootje van de KPM, een kustvaarder. Ja, in onze ogen was dat maar een bootje, vergeleken met die machtige troepen transport schepen, waarmee we zelf vanuit Holland waren gekomen! Op dat KPM bootje waren wij niet alleen. Hele gezinnen van KNIL-mensen waren aan boord, met heel hun hebben en houden, waaronder geiten, varkens en kippen. U gelooft het niet, maar het is waar. Wij sliepen daar tussenin. Dus dat was weer eens iets anders, moet je ook meegemaakt hebben. Degenen die daarbij zijn geweest, (helaas weet ik de namen niet meer) laat eens wat van je horen, en schrijf ook eens een stukje in jullie blad. Kom op ouwe knakkers, wellicht heeft iemand nog een foto'tje voor mij van dat KPM bootje, reageer even!
In Soerabaja is dus het eigenlijke grote werk begonnen van convooi rijden naar Kediri-Madioen-Malang-Modjokerto, even tussen door naar Madura. Enfin, laat ik het in het kort zeggen, van Noord naar Zuid, van Oost naar West ( Oost-Java) was het 32e op zijn best. Veelal was ik aanwezig als Brenschutter maar bij tijd en wijlen zat ik ook achter het stuur als er jongens op rust gingen. Heb toen naar ik meen op de A10 gereden van Rijn Nellestein.
In de periode van '48-'49 kan ik mij nog verschillende stunts herinneren, en dat was eigenlijk de aanzet nadat ik een TV-programma van Jos Brink had gezien van "Wedden Dat". Zonder dat was dit stukje nooit geschreven.
Daar kwam onder andere die personenwagen in voor die over twee strakgespannen kabels heen reed en zo een paar meter overbrugde. Toen dacht ik bij mezelf, verrek....waar heb ik dat meer meegemaakt! Jullie begrijpen al waar ik heen wil. Ons is het destijds overkomen, ik zal maar zeggen ergens op Oost-Java, dat we voor een brug kwamen te staan, die er niet meer was. Alleen een paar U-balken lagen er nog en het brugdek was weg....ja, en wat dan?. Juist ja, doorgaan over een paar balken die net zo breed waren als de banden, en daaronder de Kali.
Met een van ons die op de brug stond, ik dacht de Sgt. Zondervan, werden we naar de overkant geloodst. Jullie kennen dat wel, gestrekte arm naar links of rechts en met behulp van een vingertje 1 centimeter links of rechts. Wie het nog weet, mag het zeggen!. Ja, de convooien moesten ten allen tijde doorgaan en op plaats van bestemming komen, want er werd op ons gewacht.
Ook met tankvallen hadden we veelvuldig te maken. Daar werd dan wel aan gewerkt door Inheemse werktroepen van de Genie. Maar dat ging zo ellendig langzaam met een handje de wagen vol puin laden, ik wist wel een vluggere manier.
Materiaal was er genoeg voorhanden van huizen die op instorten stonden, of door de T.N.I. opgeblazen waren. Dus de kont van een dump Chevvy er tegenaan en in een mum van tijd had ik een muurgevel in de laadbak, en we konden weer verder. Ja, al die gedachten spelen dan door je hoofd als je zo´n TV- programma ziet van "Wedden Dat". Maar door ons werd helemaal niet gewed, wij deden dat zo maar even. Voor ons de gewoonste zaak ( niets was ons te dol). Ja......na 40 jaar kijk je daar toch wel een beetje anders tegenaan.
Ja, en de rest is ons allemaal bekend, beschietingen en bemijnde wegen. De jeep van Kapitein van Deventer op een mijn. Bij nader inspectie van het wegdek zagen we nog meer van het spul waar al wagens overheen waren gereden maar niet geexplodeerd waren. Zonder geluk vaart niemand wel. Ja, en dan besef je dat het leven maar betrekkelijk en broos is. Maar ja, oud worden is geluk hebben, dat besef je iedere keer als je 't Kontakt leest, met de verlieslijst van veel te vroeg ontvallen Sobats!
Dan vervolgens andere incidenten zoals het vuurcontact met peloppers in de buurt van Djombang en Njandjuk vanaf een kerkhof, gelegen in de bebouwde kom, dus allen de wagen uit of af om het vuur te lokaliseren. Terwijl ik daarmee bezig was, bracht er iemand zijdelings van mij een stoot vuur uit met de Bren vanuit heuphoogte. Volgens mij geheel overbodig en nog gevaarlijk ook, omdat er meerdere militairen op genoemd kerkhof rondliepen.
Het gevaar zat erin door eigen vuur geraakt te worden, maar ja, in paniek is niet direct alles te overzien. Door het geluid van het automatisch vuur kon ik niet weg, en heb ik een dag of vijf niets anders als fluittonen gehoord. Heeft zich op den duur wel hersteld, maar mijn gehoor was beschadigd. Maar het een en ander heb ik als eens beschreven in jaargang 4, no 1, dus soedah!
Inmiddels heb ik daar wel erkenning voor gehad en is mij een militair pensioen toegekend en is het een en ander recht gezet. gelukkig maar , want aan het eind van de jaren '70 ben ik afgekeurd voor mijn beroep als chauffeur bij het Ministerie van Defensie, en was het inleveren geblazen.
Ja, de beroepsdienst trok mij het meeste aan, maar daar werd ik in eerste instantie al meteen voor afgekeurd, zoder opgaaf van reden. Dat was natuurlijk een grote desillusie en het deed wel pijn toen men er opeens andere normen op na hield. Maar wie was ik. Waarschijnlijk speelden mijn medische indicaties wel mee. Door bemiddeling van Z.K.H. Prins Bernhard ben ik toch in overheidsdienst gekomen. Ja, en je ziet je toekomst al voor je uitgestippeld, je 40 dienstjaren volmaken. Helaas heeft dat niet zo mogen zijn! Maar naast de negatieve dingen kan ik toch met liefde aan Indonesie terugdenken zonder wraakgevoelens. Want in Doorn, waar je gescreend wordt door Defensie Nazorg en nazorgbeurten ( doorsmeerbeurten) krijgt, met veel oud-Indie knakkers gesproken. Daar was ook een Drenth bij, uit Meppel, die na een week verblijf op West-Java blind was geworden voor zijn hele verdere leven. Op mijn vraag aan hem: "Johan, heb jij nu haat gevoelens ten opzichte van de Indonesiers?", was zijn antwoord heel simpel:
"Weet je wat het was Barend, ik gaf die vent een klap voor de kop en hij mij!".
Van hem heb ik veel geleerd. In juni hoop ik een weerziensreis te maken naar Indonesie, welke gedeeltelijk gesubsidieerd wordt door de Oorlogsgraven-Stichting. Dan wil ik namelijk een bezoek brengen aan Menteng Pulu te Jakarta, waar een oom van mij ligt begraven. Dan is het ook een goede gewoonte om bij het graf van Generaal Spoor al onze sobats te herdenken. We hebben toendertijd de belofte gedaan "Wij zullen jullie nooit vergeten", en doen wij dus ook niet!
Meestal herdenkt men maar twee minuten per jaar, maar velen van ons herdenken nog iedere dag.
Sobats, dat was het dan weer. Laat ook eens wat van je horen, ook al is het voor de meesten van ons moeilijk. Maar je lucht er wel van op. Ook voor mij was het niet gemakkelijk, maar ik ben blij dat ik het gedaan heb.

Tabeh!

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

15.07 | 22:06

‘Herinneringen van Appy’ is de biografie van Bert van Regteren, waarin hij o.a. vertelt over zijn marinetijd in Indië. Belangstelling? Zie www.boekenluik.nl

...
07.07 | 17:51

Ik was in '48 en '49 o.a. oudste officier op marine zeesleepboten en aan boord was de situatie anders dan hier aangegeven werd. Dr.W.S.Vrijlandt. Ltz 2 OC KMR

...
17.05 | 15:54

ik ben op zoek naar mijn broer thuis komst van indee was matroos op schip naar indeien j ohannes martinus de groot geb 20-6-1926 te ammerzoden
met welk schip

...
04.05 | 22:42

ben op zoek naar gegevens over Ruud Braat.
was destijds luitenant bij dienst welzijnszorg.

...
Je vindt deze pagina leuk
Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE