Troepenschepen en Scheepstaal

Met vier man onder elkaar sliepen de manschappen in de standees; deze methode van legering van de manschappen was van het Amerikaanse leger overgenomen.

Troepenschepen waren veelal voormalige passagiers-en vrachtschepen, die verbouwd werden om een zo groot mogelijk aantal militairen te vervoeren. En dat kon soms een paar duizend man op één reis zijn. Het m.s. "Bloemfontein" , dat in het verleden ook Amerikaanse militairen vervoerde en plaats had voor ongeveer 1800 man, presteerde het zelfs om op  één reis 3600 militairen te vervoeren! Het was tijdens de reis dan zo geregeld, dat de ene helft van de soldaten van negen tot drie uur en de andere helft van drie tot negen uur sliep. 
In Nederland hadden we twee soorten van troepenvervoer. Er waren schepen, die het Engelse systeem volgden; daar werden 's avonds in de ruimen de hangmatten opgehangen en in diezelfde ruimen werden ook de maaltijden gebruikt. Bij de Amerikanen was het anders. Éen groot ruim werd ingericht als eetzaal en was ook voorzien van een complete keukeninstallatie, die de militairen van eten voorzag. Daar werd gegeten volgens het cafetaria-systeem, d.w.z. de militairen liepen met een in vakjes verdeeld metalen blad langs een uitdeeltafel en namen daar hun complete maaltijd in ontvangst. Maar aangezien de eetzaal slechts een bepaalde capaciteit had, zeg van 250 man, moest, indien het transport 1500 man sterk was, in zes gangen worden gegeten. Dus als de maaltijd om vijf uur aanving en er twintig minuten voor elke maaltijd werd gerekend, was de maaltijd om zeven uur afgelopen. Om dit alles ordelijk te regelen en te voortkomen dat tegen etenstijd alle militairen tegelijk naar de eetzaal gingen, weren zes groepen van 250 man gevormd. Elke groep kreeg een kaart met een eigen kleur. Door de scheepsomroep werd dan bekend gemaakt, welke groep kon komen eten.
Op de Amerikaanse schepen had men grotere en kleinere ruimen om te slapen en wel in soms tot vijf hoog boven elkaar gebouwde standees, vaste ijzeren ramen waartussen zeilgoed was gespannen.Sommige van deze ruimen waren zo groot, dat daar wel 400 militairen konden slapen. De kleine ruimen waren dan bestemd voor de onderofficieren. Al deze ruimen bevonden zich zowel op het voor- als achterschip en meestal telkkens drie onder elkaar, op het C-dek, D-dek en E-dek. Als in het voor eetzaal gebruikte ruim niet werd gegeten, dan was dit ruim mess en ontspanningslokaal. Bovendien was er op dit soort schepen meestal ook nog een filmzaal met enige honderden plaatsen en die werd dan tevensvoor de godsdienstoefeningen gebruikt. Voor de officieren waren er grotere en kleinere huten en verder hadden zij een eigen eetzaal die, als er niet werd gegeten, ook voor ontspanning gebruikt kon worden.
Aan boord van een troepenschip was er geen kapperszaak, geen winkel en geen cantine. Maar de CADI (cantinedienst) zorgde ervoor dat de militairen toch van alles konden krijgen, zoals sigaren, sigaretten, chocolade, koeken, pepermunt, zeep, scheerzeep, veters, schoensmeer enz. En 's avonds kon men frisdranken krijgen, waarvoor niets betaald hoefde te worden. Alcoholhoudende dranken werden niet verstrekt; troepenschepen voeren wat men noemt "droog".
We hebben al gezien dat aan boord van een schip andere termen worden gebruikt dan te land. We spreken niet van slaapkamers met ramen maar van hutten met patrijspoorten en slaapzalen worden aan boord ruimen genoemd. Verder kennen we op schepen een scheepswacht. Omdat dag en nacht wordt doorgevaren, is een onafgebroken besturing, uitkijk enz. nodig, waartoe wacht wordt gelopen. het etmaal wordt verdeeld in wachten van vier uur: de eerste wacht is van 8-12 uur 's avonds en verder is er de hondewacht, dagwacht, voormiddagwacht, achtermiddagwacht en platvoetwacht. Afstanden worden met zeemijlen (1852 meter) aangegeven. Verder wordt aan boord niet gesproken van links en rechts, maar van bakboord en stuurboord. Stuurboord is, als je in de vaarrichting kijkt, rechts en bakboord links. Een ezelsbruggetje om dit te onthouden is de letter 'r', die in recht en stuurboord voorkomt. Verder wordt er aan boord gesproken over loef-en lijzijde. De kant waar de wind vandaan komt heet de loefzijde en de andere kant de lijzijde. Heeft men last van zeeziekte, dan moet men dat niet aan loefzijde tot uitdrukking brengen! Op een schip spreken we ook niet van voor-en achterkant en middenin, maar van vooruit, achteruit en midscheeps. De vooruit wordt ook wel de bak genoemd en de opbouw achteruit met het Engelse woord "poop" aangeduid. Tenslotte nog de mededeling, dat de midscheeps de opbouw is rond de machinekamer in het midden van het schip.
Op elk schip, dus ook een troepenschip, was de gezagvoerder de hoogste autoriteit aan boord; hij was verantwoordelijk voor de veilige vaart; de scheepsofficieren en de bemanning stonden onder zijn gezag.


Bron: "Troepentransport naar Nederlandsch-Indië, 1946-1950"




 

Dagindeling, corveediensten, scheepsinspectie

Over het algemeen was de dagindeling aan boord van onze troepenschepen gelijk, maar bij kleinere transporten kon die wel eens wat afwijken.
Normaal was de reveille om zes uur en dan had men tot zeven uur de tijd om zijn toilet te verzorgen en zijn standee op te maken. Op laatstgenoemd uur begon het ontbijt.
Daarna gingen de corveeploegen aan het werk. Behalve de ruimen moesten alle voor de militairen toegankelijke plaatsen worden schoongemaakt en die schoonmaak duurde tot tien uur, op welk tijdstip de scheepsinspectie aanving. Vanaf het begin van de schoonmaak tot het eind van de scheepsinspectie mochten alleen de corveeploegen in de ruimen, hutten en de film-en eetzaal zijn om daar hun werk te doen. Tegelijkertijd waren ook die corveeploegen in actie, die het voorbereidende werk voor de maaltijden moesten verzorgen, aardappelen schillen, groente schoonmaken, enz. Om twaalf uur begon de middagmaaltijd. Van twee tot vier moest stilte in acht worden genomen, maar dan konden wel lessen gegeven worden in Indische vorming.Om vijf uur begon dan de avondmaaltijd. Na afloop daarvan, zeg om zeven uur, vingen de avondsluitingen aan door de legerpredikant en de legeraalmoezenier, die in de regel een half uur duurden. De verdere avond werd daarna gevuld met een of meer films of andere recreatie. Als eind van de dag werd meestal tien uur gesteld, daar in was men overigens niet zo precies.
Ook voor zondag gold deze dagindeling, behalve dat er dan 's morgens kerkdiensten voor de protestanten en katholieken werden gehouden . Evenals door de week waren er dan ook weer avondsluitingen. De anders zo strenge schoonmaak mocht dan iets lichter worden opgevat, maar de corveediensten ten behoeve van de maaltijden moesten natuurlijk wel gewoon doorgang vinden. Nog even iets over die corveediensten. Voor een groot transport, zeg van 1500 militairen, waren toch altijd wel 300 corveeërs per dag nodig. En die waren heus wel enige uurtjes met hun grote schoonmaak en het werk voor de maaltijden bezig.
Hoe belangrijk die corveediensten ten behoeve van de maaltijden waren, moge uit het volgende blijken. Toen de schrijver van dit boek*(zie bron)
eens een reis maakte met ongeveer 1650 militairen aan boord, vertelde de chefhofmeester hem , wat er tijdens die reis op één dag werd verbruikt. Dat waren voor het ontbijt: 1050 liter griesmeel, 8100 sneetjes brood, 1700 gekookte eieren, 80 kilo boter, en 225 kilo leverworst. Voor de lunch volgden 2000 kilo aardappelen, 600 liter rode kool, 350 kilo vlees en 1700 appels. En daar kwam 's avonds nog bij 1050 liter erwtensoep, 8200 sneden brood en 135 kilo worst. Al deze maaltijden werden nog aangevuld met koffie of thee.

Tenslotte nog iets over de scheepsinspectie, die elke morgen aanving om tien uur en meestal werd gehouden door de eerste stuurman. Van de vaste staf gingen mee: de C.O.T. en/of zijn plaatsvervanger, de dokter en de sergeant-majoor-instructeur, welke laatste de leiding had over alle corveediensten. Die inspectie was heus niet mis, want alles werd grondig nagekeken. Bij het betreden van elke schoongemaakte ruimte meldde zich de commandant van de ploeg, die daar het werk deed. De inspectie begon bij de eetzalen, dan volgden de keuken en de pantries, de slagerij en de bakkerij. Vandaar ging het naar de was-, toilet - en douchezalen; geen wasbak of toilet werd overgeslagen; ze moesten schoon zijn en fris ruiken. Daarna kwamen de slaapruimen aan de beurt: de bedden, muren en vloeren, het licht en de luchtverversing. Voorts de trappen. En dan ging het naar de filmzaal waar, evenals in de ruimen, de vloer moest zijn gedweild en de banken en muren gesopt. Het hospitaal, de operatiezaal en bijbehorende ruimten moesten uiteraard extra schoon zijn; het koper werd er om de twee dagen gepoetst. Alles kreeg zodoende een grondige inspectie. Van wat gerepareerd of verbeterd moest worden, werd door de stuurman aantekening gehouden. In de regel nam zo'n inspectie meer dan een uur in beslag.

Bron: "Troepentransport naar Nederlandsch-Indië, 1946-1950"



Ontspanning

Met hun corveediensten en lessen in Indische vorming, die de jongens aan boord kregen, was uiteraard maar een klein gedeelte van de dag gevuld. En zo heel veel was er tijdens de reis nu ook niet te zien, behalve dan als een haven werd binnengelopen. En hoewel er onder weg heel wat brieven naar familie en vrienden werden geschreven, bleef er toch nog aardig wat ledige tijd over.
Daarom werd er steeds naar gestreefd om zoveel mogelijk ontspanning te brengen.
Als voorbeeld wordt hier een overzicht gegeven van hetgeen er op dit gebied tijdens een reis van het m.s. "Boissevain" naar Indië werd gedaan; deze reis duurde van 25 april 1947 tot 20 mei 1947 en het transport telde 1807 man. In samenwerking met de bij de onderdelen aangewezen officieren en onderofficieren van de R.A.O. kon het volgende recreatieprogramma worden afgewerkt. Hieraan werd ook meegewerkt door een uit Nederland van de Niwin meegekregen (Niwa)-cabaret-en muziekgezelschap van drie man.
De fourier van de vaste staf was als gebruikelijk degene, die voor de uitlening van boeken en diverse spelen en sportmateriaal zorgde. Dat waren onder andere dam-,schaak-,domino- en kaartspelen en verder materiaal voor pingpongen, werpspelen, sjoelbakken, paardenrennen enz. Tevens was er een accordeon ter beschikking en daar is vele malen gebruik van gemaakt.
Dan werd er een regelmatig verschijnende scheepskrant uitgegeven en daarin verschenen artikelen zowel van de hand van de scheepsofficieren alsook van de militairen. Die scheepskrant werd 's nachts gedrukt en de volgende morgen uitgegeven. Het drukken werd door de militairen zelf verzorgd.
Aan boord hadden ze een filmzaal en een muzieksalon. De regeling was getroffen, dat voor de bemanning bij elke film- en cabaretvoorstelling in de filmzaal drie banken werden vrijgehouden. Verder hadden de gezagvoerder en scheepsofficieren een doorlopende uitnodiging voor alle programma's in de muzieksalon.Van die regelingen werd steeds druk gebruik gemaakt.
Natuurlijk was het ook interessant de voor de militairen niet toegankelijke ruimten van het schip eens te bezoeken. Van scheepszijde werd daaraan alle medewerking verleend. In kleine groepjes kon men excursies naam de brug en machinekamer maken en hiervan werd liefst 51 maal gebruik gemaakt.
Om verder enkele cijfers te noemen: er werden 15 film- en 11 cabaretvoorstellingen gegeven. De muziekband speelde tweemaal en er werden 5 piano-recitals aangeboden. Ook het hospitaal werd bij deze programma's niet vergeten.
Wat de wedstrijden betreft: op vier avonde waren er bridgedrives, tweemaal was er paardenrennen en eenmaal pingpongwedstrijden.Voorts kon men nog tweemaal aan hersengymnastiek deelnemen.
Dan komen de causerieën: de gezagvoerder hield er twee over nautische aangelegenheden en de purser twee over de civiele dienst (voeding enz.). Een sergeant-majoor sprak tien keer over Indië , een kapitein tweemaal over Nieuw-Zeeland en een kolonel tweemaal over Japanse krijgsgevangenschap.
Op 30 april werd Prinsessedag gevierd met 's morgens een toespraak van de veldprediker, gevolgd door samenzang; de verdere dag waren er dekspelen (met prijzen) en 's avonds werden de feestelijkheden door de aalmoezenier gesloten.
Op 5 mei werd de bevrijding herdacht, maar alleen 's avonds met cabaret en een causerie, omdat ze overdag door het Suezkanaal voeren. Uiteraard was hier een stijlvolle herdenking van de gevallenen aan vooraf gegaan.
Aan het eind van deze reis volgden dan nog het bezoek aan Sabang, waar het door hun gevormde militaire elftal met maar liefst 5-0 verloor van Sabang en later het Neptunusfeest.


Bron: "Troepentransport naar Nederlandsch-Indië, 1946-
1950"
 





                          
                                                        

Uit "Scheepspraet" - De Inscheping

" Het lijkt een heele toer om een paar duizend man in te schepen en toch is het dat niet. Menige Montessorischool mocht willen, dat de kindertjes zoo braaf en ordelijk binnen kwamen als de soldaten dat doen in een troepenschip. Alles gaat "vanzelf", d.w.z.: alles is zoo prima voorbereid en zoo helemaal op de practijk afgestemd, dat het den schijn wekt alsof er geen moeilijkheden aan verbonden zijn. Maar degenen, die met de inscheping zijn belast, weten maar al te goed hoeveel hoofdbrekens er aan het embarkeeren vooraf is gegaan. Hun taak wordt echter zeer vergemakkelijkt door de rustige houding en de goede discipline van de troep zelf. De inscheping is een voorbeeld van de degelijkheid van ons volkskarakter!
Als de trein aankomt bij de groote loods, dan flappen op commanda alle portieren open en komen de manschappen ordelijk de coupé's uit. Zij trekken eest lang den cantinewagen, waar hun een kop koffie en een koek wordt verstrekt. Dan volgt de opstelling in volgorde der appèllijsten. Rustig gaat het dan langs den inschepingsofficier, herkenbaar aan een rood-wit-blauwen armband, die op de hem door den Commandant verstrekte appèllijst de passeerenden afstreept en die u uw maaltijdenkaart verstrekt, waarop tevens staat aangegeven, in welk ruim ieder gelegerd wordt."

" Terwijl een militaire kapel pittige marschen blaast, stroomt de groote loods geleidelijk leeg. Van te voren ingewijden, gerecruteerd uit de reeds minstens één dag eerder geëmbarkeerde bagageploeg, die de ruimbagage aanvoert, en den inschepingsofficier bijstaat, brengen u naar de legeringslaats en daar staat de "ruim-"-commandant al klaar om u op te vangen. Hij wijst u een plaats aan. Alle ondercommandanten gaan met hun onderdeel aan boord. Ge zult zelf merken hoe gesmeerd alles verloopt, men wordt meer geschoven dan dat men zelf schuift.
De ruimcommandant brengt u dan op de hoogte van de direct van kracht zijnde ordemartegelen, samengevat in het "Reglement van Orde". Voorts wijst hij u o.a. de plaats waar ge uw bagage kunt "stuwen"; hij zal u er op attent maken, dat nooit een kleedingstuk tegen den scheepswand mag rusten, die scheepswand "zweet" en het gevolg zou zijn, dat uw spullen vochtig werden. Volg zijn aanwijzingen precies op, want die worden niet gegeven om u te hinderen, maar juist om uw reis zoo geriefelijk mogelijk te maken. Een rijke ervaring met het troepenvervoer heeft heusch wel uitgewezen, wat practisch is en wat niet. Vertrouw dus op de gerechtvaardigheid van ieder bevel en gij zult er wel bij varen.
Pas als hij u loslaat kunt ge een verkenningstocht door het schip maken. De militaire politie is er natuurlijk voor om u gedurende dit onderzoek de noodige vaderlijke aanwijzingen te geven en het is wel van belang om deze aanwijzingen stipt op te volgen, want anders wordt de goede gang van zaken belemmerd."
Zoo zijn b.v. op elk schip de brug, de bak en de 'kampanje' verboden terrein en is het niet geoorloofd, te klimmen in of te zitten op masten, tuig, boomen, reddingsbooten, enz. enz.

Wie eenmaal aan boord is "zit in het schuitje en moet meevaren". Het kan niet worden toegestaan, dat ge weer aan den wal gaat en daar is trouwens geen enkele reden voor, want daar staat toch niemand om afscheid van u te nemen. Dat hebt ge thuis al gedaan in een heel wat geschikter omgeving dan de drukke kade.
Tenslotte:
Neem de douane-bepalingen stipt in acht. Met de visitatie loopt het wel los, maar wees voorzichtig! In de plunjezakken mogen zich alleen lijfgoederen en persoonlijke bezittingen bevinden en het is streng verboden om deviezen mee te nemen. Aan die deviezen zoudt ge ook weinig hebben, want er bestaat helaas geen gelegenheid om in de tusschenhavens te passagieren. Houd er rekening mee, dat de douane-beambten volkomen gerechtigd zijn om een onderzoek in te stellen en deze heeren beschikken over een zesde zintuig, zij hebben nl. een fijn gevoel voor het ontdekken van zondaars. Evenals bij het vertrek van een vliegtuig, kan er gedurende de inscheping geen verbinding bestaan tusschen militairen en personen aan den wal. De wereld bestaat nu eenmaal uit deviezeneilandjes en ieder dient te bedenken, dat hij zijn land benadeelt door clandestienen deviezenuitvoer en dat hij bovendien nog vies tegen de lamp kan loopen. Fatsoen en verstand gaan hier samen!







Uit "Scheepspraet" - Medisch praatje

" Gij vaart naar een tropisch land, naar een u onbekende wereld. Een wereld, die grooter gevaren voor de gezondheid oplevert dan in de gematigde luchtstreken het geval is. Laat u dit echter niet verontrusten. Wanneer ge bepaalde voorschriften in acht neemt en zoo hygiënisch mogelijk leeft, dan hebt ge niets te duchten, al is de kans op infecties dan ook grooter dan in Europa.
Het schip is een uitmuntende oefenschool in zindelijkheid, want op de beperkte woonruimte hebt ge een grootere voorzorg in acht te nemen dan elders. Wat ge eenmaal aan boord gewend zijt, kunt ge later in Indië voortzetten.

Het begint ermee, dat gij uw handen moet wasschen na het bezoek van de toiletten en voordat ge aan tafel gaat. Wie dit overdreven vindt of jongejuffrouwachtig, heeft nog nooit door een microscoop gekeken, meer willen wij er niet van zeggen.
Wasch uw goed regelmatig, maar hang het niet te drogen voor de luchtverversching, daar anders de motor warm loopt en de heele "air-conditioning" in de soep gaat, tot nadeel van u en van uw kameraden. Wees hygiënisch op uw lichaam. Aan boord zijn waschbakken met zoetwater gedurende bepaalde uren van den dag. Ook kunt ge een zeewaterdouche nemen. Droog uw lichaam echter goed af en laat dit niet aan de zon over, daar kan uw huis op den duur niet tegen en de gevolgen van tropischen zonnebrand behooren niet tot de aangenaamste ervaringen des levens.

Gij gaat naar het land van "den koperen ploert", dat is het zonnetje tusschen de keerkringen. Wees voorzichtig met zonnebaden en volg steeds de voorschriften van den officier van gezondheid op. Wij waarschuwen u in uw eigen belang met den meesten nadruk tegen het onverstandig "genieten" van een zonnebad.
Er bevindt zich aan boord in den regel geen kapper, zoodat het noodig is, dat ieder kort vóór zijn inscheping zijn coiffure zooveel mogelijk laat "kortwieken".

De Militaire Geneeskundige Dienst is aan boord meestal vertegenwoordigd door een dokter, een tandarts, een apotheker en geneeskundig hulppersoneel, die allen tot den vasten staf behooren, daarnaast zijn een of meer officieren van gezondheid van de ingescheepte onderdeelen bij den M.G.D. ingedeeld, die voor den geneeskundigen dienst van het onderdeel zorg dragen. Men is niet karig geweest met de ruimte, die voor den M.G.D. is afgestaan, zoo belangrijk acht men den gezondheidstoestand der opvarenden. Een ziekenrapport voor behandeling en onderzoek, een apotheek, een afdeeling voor laboratoriumonderzoek, een tandartsenlokaal, een "ziekenboeg" (hospitaal) en een isolatie-afdeeling.
"Kwartierziek te bed" kent men aan boord niet. Alle liggende patiënten komen in de ziekenboeg. Er kunnen zelfs aan boord operaties worden verricht.

Meent ge een besmetting te hebben opgeloopen, geneer u dan niet, maar ga direct naar den dokter, loop er niet mee rond en laat er niet aan knoeien. Dit geldt voor alle besmettingen, maar vóór alles voor een besmetting met een geslachtsziekte; daar wordt u aan boord wel meer van verteld, daar juist in de tropen het besmettingsgevaar veel grooter is. Alleen een sterk moreel kan u behoeden voor uitspattingen, die u zoowel geestelijk als lichamelijk onnoembaar veel ellende kunnen veroorzaken. Volg dus de raadgevingen van den dokter en van den geestelijke op.
Een dokter is geen boeman voor wien ge bang moet zijn. Hij staat altijd klaar om u naar vermogen te helpen. Hebt ge bezwaren, die in de drukte van een ziekenrapport niet rustig besproken kunnen worden, vraag dan gerust of de dokter u op een kalmer tijdstip kan ontvangen, dan kunt ge rustig en vrijuit met hem pratn. Wanneer ge u weet aan te passen aan de bijzondere samenleving aan boord, dan kan voor u en voor uw kameraden de zeereis worden tot een prettigen en gezonden tocht, die goede en mooie herinneringen zal achterlaten."






Uit "Scheepspraet" - Hygiëne in de Tropen

"Wie prijs stelt op een zoo aangenaam mogelijk verblijf in de tropen en een gezond corpus, raden wij aan om terdege nota te nemen van onderstaande gedragsregels:
  1. Vervang zoo spoedig mogelijk na uw aankomst in Indië het w.c.-papier door een "botol tjebok" (flesch of blikje met water); dit voorkomt kleine wondjes en is hygiënischer.
  2. Wasch vaak uw handen, vooral voor elken maaltijd.
  3. Laat uw etensblikken, mok, vork, lepel en mes nooit onbedekt op uw kamer staan, maar berg al uw eetgerei op, zoodat er geen vliegen en muskieten bij kunnen komen. Deze lieve insectjes zijn een gevaar voor besmetting.
  4. Laat nooit spijzen of etensresten onbedekt zijn.
  5. Eet nooit op uw slaapplaats! Ge morst zonder het te merken, de mieren krijgen er de lucht van en het duurt niet lang of ge vergaat van de mieren. Mieren zijn onprettige huisdieren.
  6. Wilt gij uw eten bewaren, plaats dan uw etensblik in een ton met water, mieren zijn slechte zeevaarders en komen er niet bij.
  7. Uw vruchten kunt ge tegen mieren beschermen door ze zoo hoog mogelijk aan een dun touw of ijzerdraad op te hangen. Met bananen gaat dit prima!
  8. Hebt ge deze voorschriften verzuimd en zit uw eten onder de mieren, gooi het dan weg. Anders eet ge "infectie", hetgeen niet goed voor uw gezondheid is. Ge kunt er namelijk aan dood gaan.
  9. Zijn uw vruchten met mieren overladen, leg dan die vruchten - als ze nog niet geopend zijn - in de zon, daar hebben mieren een broertje aan dood.
  10. In Indië kunt ge uw sigaren en sigaretten niet open en bloot bewaren en zelfs niet in een kartonnen verpakking. Een goed sluitbaar blik of een jampot, waar ge een beetje thee, zout, magnesium of ongebluschte kalk stopt, is het aangewezen middel om te voorkomen, dat gij uw rookertje om uw vinger kunt winden.
  11. Wie zijn kleeding en utirusting niet voorgoed wil bederven, moet in den regentijd twee voorzorgsmaatregelen treffen:
    a. Beddegoed, ook de klamboe, indien eenigszins mogelijk, dagelijks in de zon laten drogen.
    b. Kleeding, uitrusting, boeken, enz. minstens twee keer per week in de zon drogen. In den drogen tijd is zoowel voor beddegoed als voor de rest één keer per week zondroging voldoende.
  12. Laat uw schoenen nooit in de zon drogen, maar in den wind en buiten de zon.
  13. Hang uw kleeding altijd binnenste buiten te drogen, daar zij anders verkleurt.
  14. Drinkwater, waarvan de betrouwbaarheid niet bekend is, mag alleen gekookt gebruikt worden. Minstens tien minuten moet het hebben gekookt, wil het onschadelijk zijn. Dit is een heel belangrijk voorschrift, waaraan ge u stipt moet houden, daar de tropen anders heel gul worden met typhus en dysenterie. Hetzelfde geldt voor water waarmee uw tanden worden gepoetst en het eetgerei wordt schoongemaakt. Poets uw tanden liever met thee dan met onbetrouwbaar water. De koks moeten niet nalaten om kokend water beschikbaar te stellen, waarin het eetgerei kan worden ondergedompeld.
  15. Als ge de vuilniston laat openstaan, hebt ge in een minimum van tijd een vliegenplaag.
  16. Om dezelfde reden is het noodig om etensresten en afval in een kuil te begraven en er minstens 20 cm aarde over te gooien.
  17. Wasch dagelijks uw vuile kleeding, daar anders de zure zweetlucht op de kamer niet te harden is.
  18. Om vlekken in de lenzen van uw kijker of foto- en filmtoestel te voorkomen, moet ge er hetzelfde mee doen als met uw rookertje (zie punt 10).
En wees nu geen branie en denk niet, dat ge het beter weet dan ervaren tropen-bewoners."
eetgerei



 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

Dr.W.S.Vrijlandt | Antwoord 07.07.2014 17.51

Ik was in '48 en '49 o.a. oudste officier op marine zeesleepboten en aan boord was de situatie anders dan hier aangegeven werd. Dr.W.S.Vrijlandt. Ltz 2 OC KMR

jan voets | Antwoord 04.05.2014 22.42

ben op zoek naar gegevens over Ruud Braat.
was destijds luitenant bij dienst welzijnszorg.

J.L.Schol | Antwoord 20.09.2013 12.17

Fijn om te lezen, mijn vader is met de Zuiderkruis naar indie gebracht en in dit verslag krijg ik een goed beeld van hoe het er aan toe ging op zo een schip.

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

15.07 | 22:06

‘Herinneringen van Appy’ is de biografie van Bert van Regteren, waarin hij o.a. vertelt over zijn marinetijd in Indië. Belangstelling? Zie www.boekenluik.nl

...
07.07 | 17:51

Ik was in '48 en '49 o.a. oudste officier op marine zeesleepboten en aan boord was de situatie anders dan hier aangegeven werd. Dr.W.S.Vrijlandt. Ltz 2 OC KMR

...
17.05 | 15:54

ik ben op zoek naar mijn broer thuis komst van indee was matroos op schip naar indeien j ohannes martinus de groot geb 20-6-1926 te ammerzoden
met welk schip

...
04.05 | 22:42

ben op zoek naar gegevens over Ruud Braat.
was destijds luitenant bij dienst welzijnszorg.

...
Je vindt deze pagina leuk
Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE